Hoe gaat het in Waalwijk?
Terug naar Projectplan

 
Op Jan-Willem's tractor!  

Toespraak van Wil Thijssen, bovenschools directeur SKOzoK op 28 april 2005 in Waalre, een gespreksavond over deelname van kinderen met een beperking in het basisonderwijs.

Laat ik maar meteen duidelijk zijn : ik wil een inclusief denker zijn. “Iedereen hoort erbij” is een belangrijke waarde voor mij. Niet mensen uitsluiten, maar mensen kansen bieden, dat is wat ik belangrijk vind. In deze toespraak wil ik zoeken naar de mogelijkheden om dat inclusieve denken, dat voor mij een levenshouding is, om te zetten in of te vertalen naar inclusief onderwijs.

Ik heb als titel genomen van deze toespraak :

I have a dream
Deze legendarische woorden, die Marin Luther King gebruikte in zijn strijd voor gelijke rechten voor blank en zwart kent u allemaal.
Het lijkt misschien wat opgeklopt om hiermee mijn bijdrage aan deze bijeenkomst te openen. Toch heb ik er bewust voor gekozen, omdat inclusief onderwijs voor mij inderdaad een droom is, die ik heel graag tot werkelijkheid zou willen maken en ook omdat inclusief onderwijs betekent gelijke mogelijkheden en gelijke kansen voor elk kind.

Wat houdt die droom van mij (die overigens op een paar plaatsen in Nederland al gerealiseerd is) dan in? Inclusief onderwijs betekent dat ieder kind welkom is op de school in zijn buurt en daar een veilige en kansrijke leeromgeving vindt. Een omgeving waarin je je thuis kunt voelen, omdat je mag zijn wie je bent, omdat je voelt dat je erbij hoort. Een omgeving waar je mag laten zien wat je wél kunt en daar waardering voor krijgt. Een school dus waar plaats is voor alle kinderen, ongeacht beperking of stoornis of specifieke mogelijkheden. Een school waar kinderen samen leren leven.

Ik denk dat als ik aan een willekeurige leerkracht, een directeur, een schoolbegeleider, een ouder, een lid van de gemeenteraad een aantal vragen voor zou leggen het antwoord meestal wel duidelijk zal zijn. Ik denk dan aan vragen als :

Zou je willen dat elk kind in zijn eigen buurt naar school kan gaan?
Vind je het belangrijk dat kinderen goed leren omgaan met kinderen uit hun omgeving?
Heeft het meerwaarde voor kinderen om rekening te leren houden met kinderen met beperkingen?
Vind je dat er voor elk kind ontwikkelingskansen in zijn eigen omgeving zouden moeten zijn?
Wat is beter dat het kind naar de experts toe moet, of dat de expert naar het kind gaat?
Willen we vooral de beperkingen van een kind benadrukken of willen we zoeken naar de mogelijkheden?

Mensen die van harte betrokken zijn bij de opvoeding en ontwikkeling van kinderen zullen ervoor willen gaan dat elk kind uniek en bijzonder is en alle kansen moet krijgen om zich zo goed mogelijk te ontwikkelen samen met andere kinderen.

Toch is het zo dat op veel scholen en ook door nogal wat ouders nog erg sceptisch wordt gedacht over de mogelijkheden van inclusief onderwijs, waaraan echt alle kinderen kunnen deelnemen. Veel mensen ondersteunen wel het ideaal, maar onmiddellijk daar achteraan wordt gezegd : het moet wel kunnen en het mag niet ten koste gaan van de andere kinderen. Andere argumenten die je hoort zijn :

* Kinderen voelen zich veiliger onder lotgenoten.
* Het is moeilijk voor kinderen om steeds te moeten ervaren dat ze iets minder goed   
   kunnen dan andere kinderen. In het speciale onderwijs zijn ze minder een
   uitzondering.
* Het vraagt teveel aandacht en tijd van de leerkracht waardoor andere leerlingen
   mogelijk aandacht tekort komen.
* De leerkrachten in het reguliere basisonderwijs missen de expertise om leerlingen met
   speciale behoeften goed op te vangen.

Het is ook nog zo dat er veel organisatorische belemmeringen en wettelijke bepalingen zijn die inclusief onderwijs in de weg staan. De zorg voor kinderen is opgedeeld in allerlei losse segmenten met daartussen schotten die je zomaar niet weghaalt : denk aan de medische zorg, het onderwijs, maatschappelijke zorg, de gemeente, WSNS, de jeugdzorg. Instellingen die vaak naast elkaar, ieder op hun eigen terrein werkzaam zijn. Zou die zorg beter gebundeld kunnen worden, dan zouden de mogelijkheden voor scholen meteen flink toenemen. Dat is natuurlijk wel een belangrijke. Inclusief onderwijs realiseren betekent ook middelen genereren en neerleggen op de plaats waar het nodig is. Zonder extra middelen kan een school ook geen extra mogelijkheden bieden.

Een andere belemmering voor inclusief onderwijs  is dat we in ons onderwijswereldje nog steeds vooral de problemen van kinderen in kaart brengen in plaats van de mogelijkheden van de kinderen, dat we nog steeds gemakkelijker praten over leerachterstanden dan over ontwikkelingskansen, dat we wel zorgplannen maken maar geen of weinig kansenplannen.

In de rest van dit betoog wil ik vooral gaan kijken naar de mogelijkheden. Ik begin met het vertellen van een paar persoonlijke ervaringen die mijn ideeën over inclusief onderwijs mee ingekleurd hebben :

* Het vorig jaar ben ik twee keer op bezoek geweest op een inclusieve school in Almere. Het was een gewone school, zonder extra voorzieningen, men zat in noodgebouwen, omdat de definitieve school nog gebouwd werd, en er waren gewone leerkrachten.
Daar kwam ik een meisje van 10 jaar tegen met ernstige verstandelijke beperkingen. Ze communiceerde door klanken, gebaren en een communicatie fotoboekje. Ze zat samen met een klasgenootje aan de verteltafel. Dat klasgenootje las voor uit een prentenboek en ze bekeken steeds samen de plaatjes. Op hun tafeltje lagen plaatjes van de figuren die in het boek voorkwamen en enkele voorwerpen die ermee te maken hadden. De taak van het meisje was om het juiste poppetje of voorwerp dat paste bij het verhaal te pakken. En ik zag dat ze veel meer begreep dan je denkt. Ik zag hoe die kinderen intens aan het samenwerken waren, genoten van elkaar en van het verhaal, de een van het luisteren naar het verhaal en het bekijken van de bijbehorende plaatjes, de ander van het voorlezen en het kiezen van het bijbehorende voorwerp. Het was aandoenlijk om te zien. Kinderen die leren lezen, begrijpend lezen, begrijpend luisteren, samenwerken, elkaar aanvullen, rekening houden met elkaar. Gewoon een juweeltje van een onderwijssituatie.

* Ik werd ontroerd toen ik op de speelplaats een groepje kinderen zag spelen samen met een kindje dat zich veel minder goed kon voortbewegen dan de anderen. Maar dat was geen probleem. De kinderen hadden zelf een spel bedacht waarbij wel gelopen werd, maar met bepaalde spelregels. Ze hadden zichzelf een bepaalde verzwaring opgelegd, waardoor er sprake was van gelijke kansen en ook het kind met beperkingen gewoon mee kon doen. Zo konden ze samen volop genieten. In mijn ogen weer een gouden leerervaring voor kinderen.

In een andere klas leerde ik xxx kennen. Een ernstig gehandicapt meisje. Ze zat in een rolstoel en kon alleen maar kon communiceren met klanken. Elders in Nederland zou ze waarschijnlijk in een medisch dagverblijf opgenomen zijn. Doordat men het voor elkaar gekregen had om het persoonsgebonden en het leerlinggebonden budget te bundelen, waren er genoeg middelen om voor haar een persoonlijke verzorgster in dienst te nemen. Ik vroeg aan haar wat de meerwaarde voor xxx was om hier op school te zijn. De verzorgster vertelde dat xxx genoot van het samenzijn met de andere kinderen en dat ze nu bijvoorbeeld zelf wilde eten, omdat ze dat tijdens het overblijven zag van de andere kinderen. Het voorbeeld van de andere kinderen deed haar goed. In de weektaak van de klasgenootjes van xxx stond iedere week de opdracht om 10 minuten een spelletje met xxx te spelen samen met de verzorgster.

Op een andere school in Almere zag ik het model groep in de school. Een groepje leerlingen met speciale onderwijsvragen zat op die school. Daar waar het kon zaten ze gewoon in de klas bij hun eigen groep. Op andere momenten zaten ze in de speciale groep. Zo bleven ze contact houden met hun buurtgenootjes en waren ze nauwelijks een uitzondering.

Op deze scholen in Almere heb ik gezien dat inclusief onderwijs geen utopie hoeft te zijn. Maar ook in mijn eigen praktijk heb ik positieve ervaringen opgedaan. Iedereen mag mij zoveel belemmeringen opnoemen als die wil, en een aantal daarvan zal ik zelfs nog onderschrijven, maar blijft over dat ik zelf heb ervaren hoe je, door als collega’s samen echt van harte ervoor te gaan, er heel veel mogelijk is.
Door te starten vanuit positieve acceptatie, te zoeken naar wat wel gaat, de andere kinderen erbij te betrekken, andere werkvormen of andere groeperingsvormen toe te passen, kortom door creatief je mogelijkheden uit te buiten kan er veel.Dat is dan de uiterste inspanning van de school. Ik heb net al gezegd dat er dan ook andere middelen aan toegevoegd moeten worden, want de liefde kan niet van één kant komen.

Als je alleen bent om te dromen, dan blijft het een droom. Als we samen dromen, dan is de werkelijkheid begonnen.
En die werkelijkheid is er : laten we er eens samen naar kijken:
Op heel veel scholen, ook hier in Waalre,  zijn leerkrachten bezig om nieuwe inzichten over leren en onderwijzen toe te passen in hun onderwijs. De wetenschap staat niet stil, de medische wetenschap niet, maar ook de neurologische wetenschap niet. Er zijn nieuwe inzichten ontstaan over hoe je leerprocessen, dus ook het leren van de kinderen van nu, kunt versterken. Leerkrachten op onze scholen proberen die nieuwe inzichten in te passen in hun onderwijs. Dat betekent dat ze kinderen meer ruimte willen bieden voor eigen keuzes en eigen initiatieven. Dat ze kinderen meer eigen verantwoordelijkheid willen geven. Dat ze zoeken naar werkvormen waarbij kinderen actief bezig zijn, onderzoekend, in samenwerking en overleg met elkaar. Niet allemaal op precies dezelfde manier en met precies dezelfde leerstof aan de slag. Meer maatwerk, meer rekening houdend met de specifieke leervragen of interesses van kinderen. Dit wordt ook wel het nieuwe leren genoemd.

Door dat maatwerk, door meer rekening te willen houden met de specifieke leervragen of interesses van kinderen levert dat een situatie op, waarin je dus andere leervragen mag hebben, waarin je andere mogelijkheden mag hebben, waarin je veel minder een uitzondering bent. Integratie in het traditionele onderwijssysteem is moeilijk, maar het nieuwe leren biedt ook nieuwe kansen en is daamee tevens de sleutel tot inclusief onderwijs.
En dat betekent dus dat in ieder geval de scholen van SKOZOK, maar waarschijnlijk ook de andere scholen allemaal onderweg zijn naar een situatie die steeds meer mogelijkheden biedt voor inclusief onderwijs. Natuurlijk is er op veel scholen nog een weg te gaan, maar het positieve is dat we de goede richting uitgaan.

Op een groeiend aantal van onze scholen wordt gewerkt met het model teamteaching. Dat houdt in dat meerdere leerkrachten samen een wat grotere groep kinderen begeleiden. Dus niet meer een leerkracht in een lokaal met 25-30 kinderen. Maar de groep groter maken en dan meer handen in de klas. Ook deze setting ontsluit mogelijkheden voor inclusief onderwijs.

Ook het initiatief van de gemeente Waalre, om vervoerskosten die bespaard worden als een kind met een indicatie speciaal onderwijs, een plaats vindt hier in het reguliere onderwijs, aan de betreffende school uit te keren, is een stap in de goede richting. Rob Boelema, de coördinator van ons samenwerkingsverband WSNS, heeft gezegd dat men vanuit WSNS hier nog iets aan toe wil voegen. Dat betekent dat je per leerling op zo’n 9 uur wekelijkse begeleiding uit zou kunnen komen. Bij 5 leerlingen zou je daarvoor al een leerkracht kunnen benoemen. Dus daar zitten mogelijkheden in. Denk aan wat ik net verteld heb over de groep binnen de school in Almere.
Voorwaarde is wel dat die bijdragen vanuit de gemeente en vanuit WSNS dan ook structureel zijn. Niet dat een leerling op die basis geplaatst is op een school en dat het volgend jaar na de gemeenteraadsverkiezingen dit besluit weer terug gedraaid wordt. Zo kun je absoluut niet met kinderen omgaan.

Ik wil mijn verhaal afronden met een opmerking die mij uit het hart gegrepen is. Dat is dat ik denk dat inclusief onderwijs ons een geweldige kans biedt om onze samenleving positief te beïnvloeden. Dagelijks schrikken we op door de gevolgen in onze samenleving van het ver doorgevoerde individualisme, het gericht zijn op eigen voordeel, de geringe zorg voor elkaar, het niet kunnen uitstellen van bevrediging van behoeften en wensen. Inclusief onderwijs geeft ons mogelijkheden in handen om kinderen te leren zorg dragen voor elkaar, respectvol omgaan met iedereen, iets voor elkaar over hebben.We kunnen ook oranje armbandjes gaan dragen, maar dat blijft bij uiterlijk vertoon.
We kunnen ook iets doen, de kansen benutten om kinderen voor te leven en te laten ervaren hoe je respectvol om kunt gaan met elkaar, niemand uitgezonderd. Waar kinderen samen leren, leren ze samen leven. Daar ligt onze kans.

Ik hoop dat ik heb kunnen laten zien dat er mogelijkheden zijn en dat er hoop is. Op allerlei fronten zijn er ontwikkelingen aan de gang die inclusief onderwijs in de kaart spelen, zowel onderwijsinhoudelijk als bestuurlijke als organisatorische en maatschappelijke. Samen kunnen we de droom tot werkelijkheid maken.
*Als scholen, ouders, gemeente, en zorginstellingen hun krachten willen bundelen,
*Als zij zich naar elkaar toe opstellen als  partners
* Als ze vertrouwen hebben in elkaar…….
* Als leerkrachten vertrouwen hebben in zichzelf en in elkaar
* Maar vooral als we allemaal vertrouwen hebben in het kind, gewoon zoals het is, dan gaat inclusief onderwijs lukken!